Het lam en het licht
- tessdumitru
- 12 apr
- 3 minuten om te lezen
Het is Pasen! Een week later dan in Nederland, want de Orthodoxe kalender loopt net anders dan de Katholieke. Hoewel er hier ook wat paaseieren en paashazen in de winkel te koop zijn, blijkt het toch heel wat anders te zijn dan in Nederland. Leuk, lief en… een beetje bloederig.
De aanloop naar Pasen begon voor m’n schoonvader al veertig dagen geleden. Toen begon hij met vasten. Net als veertig dagen voor kerst, maar deze keer werd het vasten maar één dag onderbroken, en was het dus aanzienlijk zwaarder dan voor kerst. Dat heeft een reden: voor Pasen gaat Jezus dood, dat is een nogal wat serieuzere aangelegenheid dan Kerstmis, als hij geboren wordt. Vasten betekent trouwens niet dat je de hele dag niet eet, maar alle dierlijke producten worden uitgesloten. Je eet dan dus veertig dagen lang vegan.
In de week voor Pasen kopen veel mensen een lam. Dood of levend, dat was nog even de vraag. Dani’s woorden: “Geen zorgen, ik neem ’m gewoon mee in een tas”, waren overigens niet echt geruststellend. Want Mingus weerlegde die feilloos met: “Maar zondag kwam je met een levende kip aan in een tas, dus ik wil gewoon weten of hij dood is.” Het lam was dood. Maar wel compleet. Dus terwijl ik even pauze hield van m’n werk, zag ik hoe Dani samen met vriend Silviu het lam in stukken bikte. Ondertussen hield het lam zelf de werkzaamheden vanaf de tafel in de gaten, want z’n ogen zaten nog gewoon in de afgehakte kop. Zijn tong stak dramatisch tussen z'n tanden uit zijn mond. Arm beest. Hoe langer ik naar het tafereel keek, hoe minder trek ik kreeg. Gelukkig duurde het nog een paar dagen voor hij weer op tafel lag, onherkenbaar gebakken.
Dani’s vader kon bijna niet wachten tot dat moment. De spaghetti met rode saus en paddenstoelen kwam zowat z’n neus uit en hij verlangde naar vlees, kaas en eieren. Hij mocht zaterdag op zondagnacht om twaalf uur aanvallen. Ik was niet van plan bij dat moment te zijn, want ik ben totaal geen avondmens, maar ineens zei Dani dat er nog wat moest gebeuren. “We moeten vannacht om twaalf uur licht halen in de kerk.” Huh? Hoezo moet dat ineens? Het bleek niet ineens te zijn, maar een traditie waar hij nog nooit over had verteld. Ik vond het een vaag verhaal, maar we zijn hier niet voor niets dus ook dit moesten we meemaken. Elis grommend van de slaap, ik een beetje nukkig en Mingus opgetogen want: feest!
Om kwart voor twaalf liepen we met ieder een ongebrand kaarsje in de hand naar de dichtstbijzijnde kerk. Ik vond dat er weinig volk op de been was, voor een traditie, maar toen we dichterbij kwamen hoorden we luidsprekers schallen. En niet snel daarna zagen we een enorme menigte om de kerk heen staan. We waren gewoon wat laat, zo bleek. Er was duidelijk een mis aan de gang, waar ik van begreep dat we Jezus allemaal enorm bedanken. In de tien minuten die de mis nog duurde keek ik even goed om me heen. De menigte bestond uit mensen van allerlei verschillende leeftijden. Ik zag groepjes jongeren, die af en toe toegesust werden door omstanders als ze te veel lawaai maakten, dames in hun mooiste pak op glimmende hakken, mannen met en zonder hoed, ouderen die een stoeltje neerzetten, kleine kinderen op armen van hun ouders, buren die elkaar begroetten. Allemaal stonden ze naast elkaar gemoedelijk te wachten. Ieder met een eigen kaarsje.
Precies om twaalf uur was de mis klaar en riepen twee mannenstemmen op om te komen en het licht mee te nemen. Even later zagen we mensen met kaarsen uit de kerk lopen. Ze verspreidden zich langs het hek waar mensen stonden te wachten. “Nu gaat het snel” zei Dani. En inderdaad ook onze kaarsjes werden snel daarna aangestoken door iemand wiens kaars al brandde. En toen was het tijd om weer naar huis te gaan. Met het licht in de hand. Onderweg keek ik om me heen en zag ik overal rode en witte lichtjes lopen.
Eenmaal thuis gingen we dan eindelijk toch aan tafel. Het lam smaakte heerlijk. Dani’s vader genoot zich te pletter, en at nog veel meer dan wij. De jongens wilden zelf naar bed, want ze waren kapot. En ik besloot ter plekke dat ik dit feest veel leuker vind dan Oud & Nieuw. Maar een ding begreep ik niet: waarom had Dani ons hier nooit iets over verteld? Het antwoord bleek even simpel als logisch: omdat dit hier normaal is. Het was simpelweg nooit in hem opgekomen dat wij dit bijzonder zouden vinden. En juist op zulke momenten ben ik héél blij dat we hier zijn. Cultuur is niet datgene wat je ziet als je een stedentripje maakt. Cultuur is dat wat de mensen vergeten te vertellen. Omdat het is wat ze gewoon altijd doen.










Wat een ervaring om nu de hele Roemeense cultuur te leren kennen. Dit jaar gaan jullie je hele leven niet meer vergeten! En ook voor Dani en zijn vader mooi om hun manier van leven met jullie te delen