(Niet) klikken
Bijgewerkt op: 26 aug
Hoe vaak zeg je tegen je kinderen: ‘Niet klikken!?’ In dit huis met twee broertjes die van alles uithalen en het dan weer wel en dan weer niet met elkaar eens zijn, zijn het twee woorden die heel regelmatig over m’n tong rollen. “Maar hij deed…” “Niet klikken!” In Roemenië denken ze toch wat anders over het fenomeen snitchen, zoals de jongens het zelf noemen. Klikken is hier de bedoeling.
Toen Mingus hier net een week op school zat, kwam hij met grote ogen thuis. “Weet je wat er in de klas staat, mam?! Een snitchpot!” Ik kon me daar niet direct wat bij voorstellen, gelukkig lichtte hij het toe. “Als iemand op school iets heeft geflikt wat de doamna niet heeft gezien, dan kan iemand anders dat op een briefje schrijven en in de snitchpot doen om te klikken.” We stonden daar, gelukkig alle vier, even verbaasd over. Waarom zou iemand dat doen?! Al snel bleek dat er nóg een kliksysteem was: de klikdienst. Elke week heeft een van de kinderen de beurt om op te schrijven wie er kletst of iets anders uithaalt om dat vervolgens aan de juf te vertellen.
Omdat ik zelf ook les heb op school zie ik van alles gebeuren. Er zijn bewakers die in de gaten houden wie er in en uit de school gaan, maar met name ook opletten of de kinderen zich wel gedragen. Als ik op een dag even in de gang sta te wachten zie ik hoe een kind ‘aangifte’ doet van een gemolesteerde riem. Vraag 1 van de bewaker: “Wie heeft dat gedaan?!” Het kind noemt een achternaam, voornaam (altijd in die volgorde hier) en klas, en bewaker nummer 2 wordt erop uitgestuurd om ‘de dader’ te halen. De hele school mag horen wat hier aan de hand is, want de bewaker tettert zo hard dat het niemand kan ontgaan wat er gebeurt.
Als de ‘dader’ in kwestie erbij is gehaald, krijgt die direct een uitbrander. Hoe haalt hij het in z’n hoofd om aan de spullen van een ander te komen. Hij stamelt iets maar wordt meegenomen naar de directeur. De bewaker roepttoetert naar het ‘slachtoffer’ dat alles nu is opgelost, tot die met z’n broek op halfzeven – z’n riem is immers nog steeds kapot – weer afdruipt naar z’n eigen klas.
Wat mij opviel, is dat de enige vraag was: wíé heeft dit gedaan. In plaats van: wat is er gebeurd en kunnen we die riem nog fixen. Dat merk ik ook als een kind boos of verdrietig is. Dan wordt er niet gevraagd: wat is er gebeurd, maar wie heeft jou boos/verdrietig gemaakt. Het lijkt alsof het probleem is opgelost als we weten wie de schuldige is. Zou dat ook het idee zijn achter de snitchpot? Ik vraag Mingus wat er gebeurt met de briefjes die daarin zitten. Hij vertelt dat de juf ze voorleest en vervolgens de kinderen naar voren haalt voor een verhoor. Als de ‘schuldige’ genoeg voor aap is gezet voor de klas is het voorval weer opgelost. Het is dus niet alleen belangrijk dat er een schuldige is, maar diegene moet ook op z’n nummer worden gezet. Ik blijf me maar afvragen: wat levert dat op?!
Maar na maanden Roemenië, waarin alle anders lijkt te zijn dan in Nederland, merk ik dat ook ik hier de verkeerde vraag stel. Niet wat levert het op, maar waar komt het vandaan is belangrijker. Ik kan in geuren en kleuren vertellen hoe kinderen elkaar er hier verlinken alsof het om een stel onbenullen gaat. Maar dat is niet eerlijk. Zeker niet als je bedenkt waar dit land vandaan komt.
Op eerste kerstdag 1989 werd hier in deze stad een dictator geëxecuteerd. Het was Nicolae Ceaușescu, de man die Roemenië al 22 jaar in zijn macht had. Elke scheet die je liet, werd in die tijd gemeld bij de geheime dienst (de Securitate). Zodra je ook maar even uit de pas liep, werd je opgepakt. De aandacht verleggen van jezelf naar een ander was op z’n minst noodzakelijk kwaad en in de ergste gevallen kon klikken je leven redden.
Het is nog geen veertig jaar geleden, dat dit zich afspeelde. Zou het kunnen zijn dat deze geschiedenis nog altijd doorwerkt in de generaties van nu? Het lijkt mij niet onmogelijk. En met het oog daarop, probeer ik ook wat milder te kijken naar de snitchers van nu. Wie weet hebben ze het, bewust of onbewust, zo geleerd van hun (groot)ouders die wellicht klikten onder heel andere omstandigheden.
Het kan ook zijn dat ik het allemaal heel veel groter maak, en het gewoon een cultuurverschil is dat niet meer is dan dat, een cultuurverschil. Dani kan zich het klikken niet herinneren van zijn schooltijd. Misschien is hij het vergeten, of misschien is de klikpot gewoon pas na zijn tijd geïntroduceerd. Maar onze juf die dezelfde leeftijd heeft, zegt dat het klikken er toen ook al bij hoorde. Hoe dan ook, de komende week is Mingus aan de beurt voor de klikdienst. “En, wat ga je dan doen?” vraag ik. “Ik schrijf gewoon niks op,” zegt hij. Dat maakt hem vast niet de lieveling van de juf, maar dat kan hem geloof ik niet zoveel schelen. En zo kun je maar beter klikdienst hebben dan klassendienst. Dat scheelt toch weer vegen.

Opmerkingen