U, ju en hare koninklijke directeurheid
- tessdumitru
- 13 mrt
- 3 minuten om te lezen
Elke maandag, woensdag en vrijdag ben ik weer even leerling. Ik mag meedoen met de Roemeense les van de jongens. Gewoon op hun basisschool, met hun juf. Een ongekende luxe, want dankzij de fantastische juf Raluca begrijp ik 400 procent meer Roemeens dan ik deed voor we hier kwamen. En ik begrijp ook steeds meer hoe zeer een taal (of in elk geval deze taal) doordrenkt is van cultuur.
Deze week kwamen we aan bij leerstof die kinderen hier leren in groep 3. Vergelijkbaar met groep 6 in Nederland. Elis is een klein beetje gefrustreerd dat hij bij Roemeense les nú al moet leren wat kinderen in Roemenië pas na een jaar of 9 leren. Maar ik vind het juist handig dat hij het zowel in z’n eigen les als in de extra les leert. We leren formele zinnen maken. Met het woord ‘u’ dus, dat hier heel wat groter is, namelijk: dumneavoastră. Pfoe, een mond vol.
Als we een afspraak hebben met de directeur, trekken we mooie kleren aan. Het is absoluut niet de bedoeling dat je kleding aantrekt waar je net mee in de tuin hebt gewerkt. En ook als je van plan bent om na het gesprek een rondje te rennen (dat is een slecht voorbeeld, want dat doet niemand), kun je niet aankomen in een sportbroek. Ben je gek, het is wel de directeur. Daar hoor je beleefd tegen te zijn, dus we zeggen in ons netste pak mevrouw en u tegen haar. De docenten mag je ook niet tutoyeren, ook niet als ouder. Kinderen zeggen mevrouw de juf, of meneer de meester. Goed, dat kan natuurlijk een afspraak zijn en daar doen we niet moeilijk over. Maar… als ik óver de directeur praat met iemand anders, zeg ik ook niet zij en haar maar iets als hare koninklijke directeurheid. Nou ja, dat is natuurlijk niet de letterlijker vertaling. Maar in elke zin die over de directeur, de dokter of een oudere gaat, moet je die woorden veranderen. En uiteraard zijn daar voor mannelijke u’en en vrouwelijke u’en verschillende woorden en vervoegingen voor.
En net toen ik dacht dat we er waren met deze toch al vrij ingewikkelde regels, kwam er nog eentje bij. Er bestaat ook een vorm tussen jij en u. Dit was het moment dat ik de juf glazig begon aan te kijken. Mingus had me al gewaarschuwd: ‘mama, dit ga jij niet begrijpen’. Een soort van ju dus: dumneata. ‘Maar Raluca (ik zeg niet dumneavoastră tegen de juf – ik krijg het mijn strot niet uit – en gelukkig vindt zij dat goed), tegen wie zeg ik dít dan?’ Het blijkt dat ik m’n schoonvader officieel ook niet mag tutoyeren. Tegen hem zou ik in plaats van jij dit ingewikkelde woord moeten gebruiken. Behalve dat ik dat al bijna 18 jaar niet doe, sterker nog ik noem ’m gewoon tati (papa in het Roemeens).
Nu is me nog één ding onduidelijk: hoe moet ik in vredesnaam weten tegen wie ik het ene zeg en tegen wie het andere? Raluca denkt even na en zegt: ‘Als je je omkleedt voor een afspraak met die persoon, zeg je dumneavoastră. Zo niet, maar is diegene wel ouder dan jij? Dan zeg je dumneata.’ Aha.
Al deze vormen van beleefdheden leggen bloot wat je misschien op het eerste oog niet ziet, maar wel degelijk aan de hand is: in Roemenië nemen mensen zichzelf en hun status nogal serieus. De burgemeester zal nooit een balletje trappen op een voetbalveld met kinderen van een basisschool. De dokter zul je nooit tegenkomen bij een knutselclubje (ook omdat knutselclubjes hier niet bestaan voor volwassenen – je zou maar). De directeur van de school zal nooit een grapje maken met een leerling. Het verschil moet er zijn.
Daar wees ook een politieagent ons laatst op. Hij was maximaal 30 jaar en ja, wij hadden hem nodig. Op het moment dat Dani jij tegen hem zei stopte hij met aantekeningen maken en keek Dani ernstig aan: ‘Pas op je taal, zo wens ik niet aangesproken te worden’.

Mooi stuk weer Tess!!!
Streng maar erg beleefd, vind ik prachtig.